Zomerschool voor onderzoekers in de internationale Neerlandistiek: de Italiaanse deelnemers vertellen

Matilde Soliani (Università di Bologna, Università degli Studi di Trieste)

ussen 21 en 25 augustus heeft een unieke opleiding in Utrecht plaatsgevonden. De Taalunie en de Universiteit Utrecht, in samenwerking met de Universiteit Leiden hebben een zomerschool georganiseerd. Het thema van dit jaar was onderzoek in de internationale neerlandistiek, met focus op wetenschappelijke ontwikkelingen en nieuwe richtingen. Gedurende een week hebben neerlandici vanuit België, Frankrijk, Italië, Hongarije, Nederland en Polen wetenschappelijke inzichten kunnen uitwisselen. De groep was zeer divers: deelnemers zijn actief op veel verschillende disciplines die een verband houden met de Nederlandse taal en cultuur, waaronder taal- en letterkunde, kunst- en cultuurgeschiedenis, vertaal- en tolkwetenschap. De opleiding vond in Utrecht plaats en één van de cursusdagen werd aan de Universiteit Leiden gehouden. De nadruk van de week lag voornamelijk op internationale samenwerking,  interdisciplinariteit en het gebruik van digitale middelen.

De Italiaanse deelnemers waren Giada Brentaro (Università degli Studi di Trieste) en Matilde Soliani (Università di Bologna, Università degli Studi di Trieste). Giada en Matilde zijn afgestudeerd in Triëst en zijn nu als freelance tolken en vertaalsters werkzaam. Giada coördineert het alumniproject met als doel het opzetten van een internationaal samenwerkingsnetwerk van oud-studenten Nederlands. Matilde doceert consecutief tolken in Triëst en doet onderzoek aan de Universiteit van Bologna in het kader van het Minatori di memorie-project. Giada en Matilde gingen met elkaar in gesprek om hun verwachtingen en gedachten over deze nascholings- en netwerkmogelijkheid uit te wisselen.

Matilde: “Hee Giada! Leuk dat we deze week in Utrecht hebben gedeeld! Wat vond je eigenlijk ervan?”

Giada: “Supertof! Voor mij was dit de eerste keer die ik aan een zomercursus voor onderzoekers en docenten deelnam. Het was heel inspirerend om te zien zoveel betrokkenen die samen de internationale neerlandistiek willen versterken. Ik was benieuwd naar de nieuwe richtingen binnen Dutch Studies zoals AI, ChatGpt en communicatie tussen mens en dier. En jij? Was het voor jou een motiverende week?”

M: “Absoluut. Zoals je weet, liggen vertaling en interculturele communicatie op het snijvlak van taalkunde en literatuur. Ik vond het ontzettend interessant om van de ene naar de andere discipline te wisselen en om naar onderzoekers te luisteren die verschillende methodes toepassen op diverse vakgebieden. De interdisciplinaire aanpak vond ik persoonlijk heel geslaagd, net als het houden van een aantal overlegsessies tijdens de week. Was het programma ook overeen met jouw verwachtingen?”

G: “Ja! Het was heel nuttig om samen in gesprek te komen over thema’s die zo verschillend lijken maar waar een rode draad blijkt te zitten. We hebben veel gepraat over de verwachtingen van de studenten, de uitdagingen waarmee de docenten moeten kampen en natuurlijk ook de verschillen tussen onze landen. Ik hoop dat er in de toekomst meer mogelijkheden zullen komen om neerlandici samen te brengen en dat nog meer internationalisering komt met bijvoorbeeld neerlandici uit Azië of Zuid-Afrika. En waarom heb jij besloten om aan de zomerschool deel te nemen?”

M: “Ik wilde vooral meer ontdekken over wat speelt in de neerlandistiek buiten ons land en een brede blik werpen op nieuwe wetenschappelijke richtingen. In Bologna doe ik onderzoek naar de literatuur van Nederlandse en Belgische mijnstreken vanuit en ecokritisch perspectief en de aanpak van Geert Buelens voor literatuurgeschiedenis vond ik echt inspirerend. Aangezien ik ook vaak met het Frans werk, vond ik de lezingen van Brenda Assendelft over taalcontact tussen Nederlands en Frans en die van Jan Ten Thije over meertaligheid heel fascinerend. Maar het was ook leuk om gewoon iets helemaal nieuws te ontdekken, zoals internationale theatercultuur. Wat vond jij het meest interessant?”

G: “Moeilijke vraag… Als vertaalster heeft de presentatie van het Dutch Literature in Translation-project mijn interesse gewekt. Persoonlijk vond ik het college van Marijke de Belder over de tussenklank in de Nederlandse samenstelling heel boeiend: als studente (en nu nog steeds) heb ik altijd moeite hiermee gehad, het is totaal niet vanzelfsprekend. Veel overlegsessies gingen over nieuwe richtingen: die vond ik het meest interessant want ik denk dat we naar de toekomst moeten kijken. Dit heeft me veel stof tot nadenken gegeven voor het alumniproject.”

M: “ Hoe werkt het project precies?”

G: “In 2022 zijn we als vakgroep Nederlands van de Universiteit van Triëst begonnen met een analyse van de carrièremogelijkheden van alumni die Nederlands aan onze universiteit hebben gestudeerd. We kregen heel indrukwekkende resultaten en met de steun van de Taalunie hebben we gekozen om het project uit te breiden naar andere afdelingen Nederlands in Italië en hopelijk binnenkort in Zuid-Europa. We zijn nu bezig met de opstelling van een vragenlijst voor alumni uit Bologna, Napels, Milaan en Rome en we kijken uit naar de resultaten. Ons doel is een nieuw platform te creëren die studenten, oud-studenten en docenten kan samenbrengen om het netwerk van internationale neerlandici verder te versterken.”

M: “Dat klinkt spannend en ook nuttig voor zowel nieuwe als oud-studenten! Veel succes ermee!”

G: “Dankjewel! Jij ook veel succes!”